1. Extremadura en de vogels
  2. La Vera / Valle del Jerte

La Vera / Valle del Jerte

 

Van het Klooster van Yuste naar de Piornal-pas

Ligging en bereikhaarheid

EDe hoogstgelegen punten van Extremadura zijn die van het Gredos-gebergte. Dit kolossale blok graniet is verdeeld in drie delen: de Ambroz-vallei, de Jerte-vallei en La Vera. De Jerte-vallei ligt in het midden, en vormt een 40 km lange vallei, aan weerszijde beschermd door een stevige bergpartij: aan de noordkant Tras-la-Sierra en de Ambroz-vallei, en aan de zuidkant Tormantos en La Vera. De hooggelegen gebieden worden beschermd door het Red Natura 2000-netwerk van de EU, zoals de LIC (Lugares de Interés Comunitario, hierna Site of Community Interest (SCI)) “Jerte-vallei en Sierra de Gredos”, en een klein deel van de Jerte-vallei van 6.800 ha., de “Garganta de los Infiernos”, dat tot Beschermd Natuurpark is uitgeroepen. La Vera en de Jerte-vallei zijn bijzonder binnen Extremadura, omdat het de enige hoge bergen zijn en omdat hier de meest inheemse bosgebieden te vinden zijn, hoofdzakelijk bestaand uit de Pyreneese eik.

De bereikbaarheid van beide streken loopt via twee wegen die langs de meeste dorpen van elke streek komen. De Jerte-vallei ontvouwt zich langs de N-110 tussen Plasencia en de pas van Tornavacas, en gaat daarna richting Ávila. De dorpen van La Vera liggen grotendeels langs de EX-203, tussen Plasencia en Candeleda (Ávila). Om de hierna voorgestelde route vanaf Cuacos de Yuste te doen, raden we aan om eerst naar Jaraiz de la Vera te gaan. Dit kan via de EX-203 vanuit Plasencia (op 32km), of via de snelweg EX-A1, waar we de afslag ter hoogte van Casatejada nemen. We vinden Cuacos de Yuste vanaf Jaraiz via de EX-203, zo´n 5km richting het noorden.

 

Beschrijving van de route

De voorgestelde route bestaat uit een gedeelte met de auto van zo´n 22km tussen Cuacos de Yuste en de pas van Piornal en een gedeelte te voet van zo´n 5km (heen) tot Peña Negra de Piornal. De gehele route ligt in de bergen, en klimt van de 600m hoogte waarop Cuacos ligt tot bijna 1.500m in Peña Negra, Onderweg komen we verschillende vegetatietypen tegen. Langs de verhardeweg vooral eikenbos en langs het wandelgedeelte bremstruiken. De wegen zijn klein en hebben weinig verkeer, waardoor we rustig kunnen rijden en zonder risico af en toe stoppen langs de kant van de weg. Het vertrekpunt ligt in Cuacos de Yuste, bij het kruispunt van de hoofdweg en de afslag naar het klooster van Yuste. Als we deze weg volgen, komen we via een dichtbegroeid eikenbos bij het klooster, waar we de eerste bosvogels kunnen observeren (appelvink, wielewaal, roodborstje, vink, kool- pimpelmees, boomkruiper, boomklever, gaai, grote lijster, staartmees, zwartkop, zwarte kraai, etc...) die we de hele route zullen zien. Na het verlaten van het bos, komen we door een gedeelte met rotsen met lage struiken. Hier kunnen we zwarte en blonde tapuiten en theklaleeuweriken zien. Een goede plek is naast een rots aan de linkerkant van de weg, die gemarkeerd is met een groene driehoek. De route loopt hierna verder door het bos en daarna tussen olijf- en kersenboomgaarden, waar we vooral in de winter zanglijsters en koperwieken zien, en soms kepen. Verderop kruist de weg de Garganta Mayor, een bergbeek waarlangs vele zware elzen staan, geschikt om waterspreeuwen te zien, of de grote gele kwikstaart (of om te zwemmen, want er is een natuurlijk zwembad).

Niet lang daarna komen we bij het schilderachtige dorpje Garganta de Olla. Hier moeten we goed opletten om de juiste weg te nemen, rechtsaf, richting Piornal. Hier vandaan klimmen we naar de pas van Piornal via een smal weggetje met scherpe bochten. Het is hier wel erg mooi, dankzij het schitterende eikenbos. Let op dit stuk goed op, en stop af en toe op de mooie plekjes (waterbronnen, watervallen, grote tamme kastanjebomen) of waar we interessante vogels zien. Op een bepaalde hoogte kunnen we de luidruchtige bergfluiters horen en een enkele kleine bonte specht en bonte vliegenvangers (stukken met oude bomen zijn hiervoor het beste), en met enig geluk zien we hier ook roofvogels als de wespendief en de sperwer.

Eenmaal bij de col, op een vals plat stuk, zonder bos, eindigt de route met de auto. Het wandelgedeelte begint op het eerst pad aan de rechterkant, nadat we de col gepasseerd zijn. Dit pad heeft een brede entree en wildrooster (km. 16’7; coördinaten 30-266050-4445600). Het is echter aan te raden om eerst even te kijken bij een klein dennenbos, zo´n 500m naar links, waar we de blauwe ekster kunnen zien, en ook de zwarte mees, de kuifmees en de vuurgoudhaan tijdens het broedseizoen (en heel soms ook nestelende kruisbek), waar in de winter de vuurgoudhaan en de sijs bijkomen (soms ook kepen en kramsvogels). In de buurt van dennenbossen zien we vaak de grasmus en er hebben ook wel eens tuinfluiters en Iberische tjiftjafs genesteld. We keren nu terug naar het punt km. 16’7, waar de wandelroute begint met een verhard stuk weg, waarna het verdergaat over een zandpad van zo´n 3’5 km tot aan de stuwdam. We komen aan het begin langs heidevelden, en meer aan het einde langs bremstruiken, met enkele verspreide eiken. In de lente zien we hier regelmatig heggenmus, boomleeuwerik, nachtegaal, winterkoning, Provencaalse grasmus, baardgrasmus en gewone grasmus, evenals grijze gors en ortolaan. We blijven op dit pad en komen bij een klein huis (“Villa Martín”), waar we links afslaan. Op deze kruising kunnen we de brilgrasmus zien, als we rechtdoor gaan, en zelfs de rode rotslijster op de rotsen aan de zuidkant. In de lente en de zomer komen de kleine torenvalken uit Jaraiz de la Vera hier om te jagen, en in augustus en september kunnen we in dit gebied grauwe kiekendieven voorbij zien trekken. Het genoemde pad aan de linkerkant brengt ons naar de stuwdam, waar we aan het eind een grote rotspartij zien, Peña Negra geheten, waar we door het veld heen omhoog moeten lopen, want er is geen pad. Vanaf deze plek hebben we een fantastisch panoramisch uitzicht over de Jerte-vallei en kunnen we rode en blauwe rotslijster zien, evenals brilgrasmus, zwarte roodstaart, torenvalk en met enig geluk ook roofvogels als sperwer, wespendief, slechtvalk, slangen- en dwergarenden. Hier eindigt de tocht en dienen we terug te keren over dezelfde route. Als we terug gaan via het dorpje Piornal, moeten we goed opde gierzwaluwen letten, want er nestelen hier veel vale gierzwaluwen.

 

Ornithologische waarde

De streek La Vera en de Jerte-vallei hebben een rijke en bijzondere avifauna binnen de regio Extremadura, met de beste regionale populatie bos- en bergvogels. Voor het merendeel zijn het typische vogels voor een noordelijk gebied (zwarte kraai, kleine bonte specht, heggenmus, appelvink, grote lijster, bonte vliegenvanger, etc.), aangevuld met bepaalde Mediterrane soorten, zowel bosvogels (bergfluiter) als, met name, struikvogels (bril-, baard- en provencaalsegrasmus, ortolaan, boomleeuwerik) en de rotsvogels (rotszwaluw, blauwe en rode rotslijster en blonde en zwarte tapuit). Onder de roofvogels kunnen we vooral de wespendief gemakkelijk zien, maar de slechtvalk, de boomvalk en de sperwer minder goed, terwijl in de hoge bergen de kleine torenvalk en de grauwe kiekendief te vinden zijn.

 

Seizoenskenmerken

Anders dan de meeste ornithologische routes in Extremadura, is deze zeer geschikt om in de zomer te doen. De beste maanden voor een bezoek zijn tussen april en oktober, met name in mei, juni en juli. Desalniettemin is de winter ook geschikt om het eerste deel van de route te zien. We kunnen dan zelfs andere vogelsoorten zien (sijs, goudhaan en lijsters). Echter, op het laatste gedeelte, langs de bergstruiken, zijn ´s winters bijna geen vogels te zien. Ook de sneeuw -veel voorkomend in dit gebied- bemoeilijkt een bezoek tijdens de wintermaanden. In dat geval is het van belang van tevoren te weten hoe de situatie op de pas van Piornal is, want deze wordt vaak gesloten voor verkeer wanneer er sneeuw ligt.

 

Overige natuurlijke en culturele waarde

Zowel in La Vera als de Jerte-vallei zijn vele mooie landschappen en zwemgelegenheden te vinden. Om er een paar te noemen, het oord Los Pilones (Garganta de los Infiernos) is een bezoek waard, en ook de waterval van Caozo (op de afdaling van Piornal richting de rivier de Jerte). Er zijn ook verschillende bijzondere bomen te zien: de grote tamme kastanjebomen van Casas del Castañar (met een bewegwijzerde route die start in dit dorp), de eiken van La Solana in Barrado en die van Prado Sancho in Cabezuela del Valle en de den van Aldeanueva de la Vera. De col van Tornavacas is interessant om andere broedvogels te zien, zoals de veldleeuwerik, de tapuit en de grauwe klauwier. De dorpen in de omgeving, vooral in La Vera, bieden inzicht in de lokale architectuur, waarbij vooral Garganta la Olla de moeite van een bezoek waard is, evenals Cuacos de Yuste en haar klooster (laatste woonplaats van Karel V), Jarandilla de la Vera en haar kasteel –omgebouwd tot staatshotel-, Guijo de Coria en Madrigal de la Vera. In de Jerte-vallei zijn vooral Tornavacas, Jerte en het kersenmuseum in Cabezuela del Valle bijzonder. Wat betreft typische producten, een bezoek is niet compleet zonder de beroemde kersen van Jerte geproefd te hebben, evenals de paprikapoeder van La Vera en de tamme kastanjes. Ook de geitenkazen van La Vera, de worsten van Piornal, forel en zoete ambachtelijke likeuren zijn bekend. Verder wijzen we op de feesten “El Peropalo” in Villanueva de la Vera (tijdens carnaval), “Los Escobazos” in Jarandilla de la Vera (7 december), “El Jarramplas” in Piornal (20 januari), “Los Empalaos” in Valverde de la Vera (Witte donderdag) en “El cerezo en flor” in de hele Jerte-vallei (ieder jaar andere datum).