1. Extremadura en de vogels
  2. Arroyo Conejos stuwmeer en Campiña Sur

Arroyo Conejos stuwmeer en Campiña Sur

 

Arroyo Conejos stuwmeer en Campiña Sur

Ligging en bereikbaarheid

We richten ons op de plaatsen Llerena en Azuaga (begin- en eindpunt van de route) in het zuiden van de provincie Badajoz, beiden gelegen aan de N-432 (Badajoz-Granada). Dit gebied kunnen we bereiken vanaf de Autovía de la Plata (Zilversnelweg, A-66) door ter hoogte van Zafra de afslag richting deze twee plaatsen te nemen. 1:50.000 kaartblad nrs. 855, 856, 877 en 878.

 

Beschrijving van de route

De route loopt door de Speciale BeschermingsZone ZEPA “Campiña Sur y Embalse de Arroyo Conejos”, een enorme vlakte waar graan verbouwd wordt (+250.000 ha.) in het zuiden van Extremadura. Dit gebied heeft een grote ornithologische waarde, in het bijzonder wat betreft steppe- en watervogels. De route die we voorstellen is een lang en compleet tracé, iets meer dan 80 km. en is bedoeld om met de auto, gedurende een hele dag te volbrengen. De route begint in Llerena, waar we de lokale weg (carretera de los Labradores of carretera del Pantano) nemen, die ons naar de damwand van het Arroyo Conejos (of Llerena)-stuwmeer brengt (12,5 km.). Op dit punt kunnen we de staart van het stuwmeer bezoeken, die we bereiken door 2,8 km. terug te rijden over dezelfde weg, tot we op een kruising komen (30S- 242988-4244234); hier gaan we naar links en na 3,5 km. komen we bij het stroomgebied en de staart van het Arroyo Conejos-stuwmeer. Als we teruggaan naar het genoemde kruispunt en rechtdoor gaan tot het einde van de weg (2,5 km.) komen we bij het Caserío de Casas de Pila (30S-241322-4246132) een typisch voorbeeld van de boerderijen van La Campiña. Hier aangekomen gaan we rechtsaf de kleine lokale weg BA-086 op (Llerena-Maguilla), waarvan het eerste stuk samenvalt met de Cañada Real (veedrijfpad) vanuit Soria. Nadat we door de “dehesas” (boomweides) van Las Tiendas, Casablanca en Malajuncia heen zijn gekomen, waar grote populaties kraanvogels overwinteren, en na 6,5 km., komen we op een kruispunt van enkele kleine weggetjes, precies waar de beek Arroyo Conejos (benedenstrooms van het stuwmeer) ons pad kruist. Op dit punt gaan we richting Maguilla en laten vlak nadat we deze weg zijn ingeslagen links in de hoogte op een heuvel de boeredrij van Tío Piche en enkele verlaten mijnen liggen. Na 6,5 km. tussen olijfboomgaarden, wijngaarden en graanvelden komen we, na de Arroyo de las Veguillas te zijn overgestoken –waar omheen een prachtig iepenbos staat dat tot LIC (Site of Community Interest) is uitgeroepen-, in Maguilla. Nadat we door het dorp heen zijn gereden, nemen we de weg naar Campillo de Llerena (BA-042). Na 1,5 km., midden in een ruime bocht (30S-253122425145), gaan we rechtsaf een verhard pad (Carrera o Camino de Zalamea) in totdat het (na 6,5 km.) kruist met de weg van Campillo naar Azuaga (BA-106). Tijdens dit traject en tot het einde van de route, komen we door een enorme vlakte van zeer vruchtbare landbouwgrond (olijfbomen, wijngaarden, graan) met losse groepen steeneiken, waarin verder boerderijen en witte duiventillen staan. Op ieder moment tijdens deze route kunnen we steppevogels ontwaren (kleine trappen, grote trappen, zwartbuikzandhoenders, kiekendieven, etc.) of zwermen kraanvogels (zowel in de dehesa als boven de vlaktes), waardoor aangeraden wordt het gebied nauwkeurig te verkennen op zoek naar deze soorten. We kunnen dit het beste doen door naar goeddunken te stoppen. Eenmaal op de eerdergenoemde weg, gaan we naar rechts, richting Azuaga, om na 2,8 km. (30S-259756-4252775) deze weg weer te verlaten en linksaf een verharde weg op te draaien (de “Carretera de Palomero” of  “Pista de los Alcornocales” (kurkeikenpad) ). Dit pad van iets meer dan 7,6 km. brengt ons bij een nieuwe weg (EX-111: Azuaga-Zalamea de la Serena), nadat we op een kruising met een onverharde weg (30S-266159-4256465) naar rechts zijn gegaan. Vlak voordat we bij deze weg komen, komen we door een klein bos met volwassen kurkeiken, die enkele decennia geleden zijn aangeplant. Deze bomen zie je niet vaak op dit soort graanvlaktes. Als we bij de eerdergenoemde EX-111 komen, steken we deze over en nemen op de weg tegenover de kruising; na deze ongeveer 250 m. gevolgd te hebben, rechts afslaan, een weggetje in (30S-26654-428368) in zuidelijke richting. Op het kruispunt van de weg met deze paden en in de omgeving bevinden zich verschillende tijdelijke meren (de Lagunas del Hueco I en II, del Lentiscal, Tres Chicas en Juan Andrés). Dit is een ander kenmerkend element van La Campiña hoewel de meeste meren flink zijn aangetast door afwaterings- en landbouwactiviteiten, en verkeerd beheer, etc. Hoe het ook zij, na periode´s met veel regen, vinden we hier met name tijdens de overwinteringsperiode en tijdens de trek interessante groepen en soorten watervogels (zie verderop). Eenmaal op deze weg, volgen we deze zo´n 10 km., tot hij eindigt op de BA-075 die vanaf Granja de Torrehermosa naar de eerdergenoemde wegen (EX-111 en BA-016) loopt. Met dit laatste stuk zijn we door één van de meest geliefde plekken van de streek gekomen voor steppevogels in het algemeen, en in het bijzonder voor grote trappen. Als we op de genoemde weg aan zijn gekomen, vinden we precies bij de kruising een ander meer (Laguna del Alguacil). Hier gaan we rechtsaf en volgen deze weg 4,5 km. tot we bij een kleine boomweide komen (Dehesa de Llera, geliefd onder kraanvogels) op de kruising met de weg van Azuaga naar Zalamea. Hier aangekomen hebben we twee opties, afhankelijk van of aan onze “ornithologische verwachtingen” voldaan is of niet: we kunnen linksaf richting Azuaga (9 km.) om in deze plaats te eindigen, of rechtdoor, om de ornithologische route nog wat te verlengen. Als we voor deze tweede optie gaan, moetLagunas del Hueco I en II, del Lentiscal, Tres Chicas en Juan Andrésen we na het oversteken van de EX-111 rechtdoor over dezelfde binnenweg en komen we na 5,5 km, opnieuw bij de Carretera de Campillo (BA-016). Hier aangekomen en nadat we door nog een belangrijk gebied voor de trap heen zijn gekomen, gaan we linksaf en gaan richting het eindpunt van de route, in het plaatsje Azuaga (12 km.). Eventueel kunnen we op kruisingen met andere middelgrote wegen (kleine wegen worden afgeraden vanwege het slechte wegdek, zeker nadat het geregend heeft) kleine alternatieve routes kiezen, steeds terugkerend naar deze weg. 

 

Ornithologische waarde

In deze streek in het zuiden van Extremadura kunnen we veel verschillende ornithologische elementen benadrukken. Te beginnen met het Arroyo Conejos-stuwmeer, opnieuw een wetland in Extremadura dat van groot belang is voor watervogels. In het broedseizoen is de aanwezigheid van kolonies waadvogels belangrijk, die zich regelmatig op de eilandjes in het stuwmeer vestigen: lachstern, vorkstaartplevier, dwergstern en steltkluut. Naast deze soorten, broeden de fuut, de dodaars, de krakeend, de wilde eend, de meerkoet, etc. ook in dit gebied. Tijdens de winterperiode wordt deze watermassa gebruikt door een veelheid aan watervogels, waaronder grauwe gans, wintertaling, slobeend, smient, krooneend en tafeleend. Zowel in het stuwmeer als in de tijdelijke watertjes in de graanvlaktes van La Campiña, is met name de aanwezigheid tijdens de trek van enkele lepelaars, zomertalingen (vooral tijdens de voorjaarstrek), grote groepen ooievaars en verschillende soorten steltlopers speciaal. De kraanvogel, voor welke La Campiña in aantal het tweede belangrijkste gebied van Extremadura is, maakt met meer dan 10.000 exemplaren, zeer veel gebruik van zowel de dehesas als de vlaktes (voor voedsel), als ook de wetlands (slaapplaatsen). We kunnen het Arroyo-Conejos stuwmeer prima gebruiken als observatiepunt om de kraanvogel te zien wanneer hij naar zijn slaapplek vliegt; komend vanaf de eerdergenoemde Dehesas die ten westen van het stuwmeer liggen, hebben we vanaf de damwand een bevoorrecht uitzicht op dit luidruchtige en spectaculaire fenomeen. Wat betreft de steppevogels is het zuidelijke deel van La Campiña, samen met de vlaktes van Cáceres en La Serena één van de belangrijkste bolwerken in Extremadura voor deze soorten. Onder de broedvogels, vermelden we hier speciaal de grote trap (+500 exemplaren; ´s winters meer dan 1000), kleine trap, zwartbuikzandhoen, griel, scharrelaar, grauwe kiekendief, kalanderleeuwerik en kortteenleeuwerik. Terwijl tijdens de winterperiode ook de aanwezigheid van o.a. de blauwe kiekendief, smelleken, kievit, goudplevier, veldleeuwerik en de duinpieper bijzonder is. Er zijn belangrijke broedkolonies van kleine torenvalken, ruimschoots vertegenwoordigd in deze streek, in de bebouwde kommen (de kolonie van de kerk van Llerena is tot Vogelrichtlijngebied uitgeroepen) en in bebouwing op het open land, waar ook de scharrelaar te vinden is. De alpenkraai is een kenmerkende soort, die algemeen in dit gebied voorkomt, met name in de buurt van oude, inmiddels verlaten, loodmijnen. Tot slot, bestaat de avifauna van de verspreid gelegen “dehesa”-bosj esuit interessante soorten als de grijze wouw, de blauwe ekster, de ransuil, etc., naast de reeds genoemde kraanvogel.

 

Seizoenskenmerken

Hoewel deze route in principe op ieder moment in het jaar bezocht kan worden, raden we toch aan om dit in de lente te doen (maart-mei) of in de winter (december-februari), hoewel we dan wel extra op moeten letten op de slechte staat van de onverharde wegen en paden (modder en water).

 

Overige culturele en natuurlijke waarde

Natuurlijke waarden. In deze streek en in de omgeving, vinden we meerdere Natura2000 natuurgebieden die de moeite waard zijn om te bezoeken. We hebben het over de SCI´s op de hooggelegen trajecten waar de rivieren Matachel, Retín en de Bembézar ontspringen; het olmenbos in Arroyo de las Veguillas (Maguilla) of de gebergten Sierra de Bienvenida en Sierra de la Capitana (Bienvenida). De “Mina de la Jayona” (mijn van la Jayona, in Fuente del Arco) is een Natuurmonument, en is aangepast en geschikt gemaakt voor bezoeken (meer informatie op http://www.extremambiente.es). Tot slot herbergen de Sierra del Recuerdo en de uitlopers van de Sierra Morena (Azuaga) belangrijke natuurlijke waarden, vooral dankzij de grote roofvogels.

Cultuur-historische waarden. Monumentale complexen van Llerena (Kerk Nuestra Señora de la Granada, Plaza Mayor, de huisen in mudéjarstijl, de stadsmuren) en Azuaga (kasteel Miramontes, kerk van Nuestra Sra. de la Consolación, hermitages, manors). Kerken in de mudéjarstijl gebouwd in Granja de Torrehermosa, Berlanga en Valverde de Llerena. Indrukwekkende overblijfselen uit de Romeinse en Arabische tijd zijn respectievelijk het theater en de Romeinse stad Regina (Casas de Reina) en de Arabische Alcazaba de Reina. In La Cardenchosa, een gehucht dat bij Azuaga hoort, zijn verschillende megalitische monumenten te vinden, waaronder een menhir, die midden in de bebouwde kom staat.