1. Extremadura en de vogels
  2. Dehesas de Jerez

Dehesas de Jerez

 

Dehesas de Jerez

Ligging en bereikbaarheid

De route ligt tussen de dehesas (boomweides) van Jerez de los Caballeros, in het zuidwesten van de provincie Badajoz, waar één van de meest uitgestrekte en best behouden steen- en kurkeikenbossen van het Iberisch Schiereiland aanwezig is. Het vertrekpunt van de voorgestelde routes ligt in het plaatsje Jerez de los Caballeros, dat te bereiken is via de N-435 vanuit het noorden en het zuiden; de EX-112 vanuit het oosten en het westen en vanaf resp. de A-66 (Zafra) en Villanueva de Fresno.

 

Beschrijving van de route

De route bestaat deels uit verharde wegen en deels uit onverharde en heeft een totale lengte van 105 km., waarvan slechts 10 km over zandwegen. Het vertrekpunt ligt in het plaatsje Jerez de los Caballeros, waar we aan het einde van de route ook terugkeren. Het idee is de route in één dag met de auto af te leggen, en onderweg te stoppen en korte wandelingen te maken op interessante observatiepunten. Met uitzondering van de irrigatiegebieden van de Ardila en het Valuengo stuwmeer, loopt de route grotendeels door landschappen waar steen- en kurkeiken overheersen. Deze bomen staan al dan niet gemengd, in een lage dichtheid, in open dehesas, of juist in dichtbegroeide bossen, vaak vergezeld door wilde perenbomen. De streek van de gebergtes van Jerez de los Caballeros laat ons het meest kenmerkende landschapstype van Extemadura in volle glorie zien: de “dehesa” (boomweide). De gigantische zee van steen- en kurkeiken met talloze volgroeide bossen in uitstekende staat dat het glooiende reliëf van de noordlijke uitlopers van de Sierra Morena bedekt, vormt samen met de aangrenzende Andalusische streken het grootste aaneengesloten sclerofyle bos van zuid-west Spanje. Dit gebied is bovendien het belangrijkste ”reservaat” van inheemse bomen van Extremadura, met zo´n 350.000 hectare, hetgeen 40% is van het gehele beboste areaal van de regio, waarvan zo´n 100.000 hectare toebehoren aan de dehesas van Jerez de los Caballeros. De kwaliteit van de bossen en boomweides, en de rijkdom aan broedvogels zoals de zwarte ooievaar, hebben ervoor gezorgd dat dit gebied is uitgeroepen tot Vogelrichtlijngebied (ZEPA).

We beginnen onze route in de plaats Jerez de los Caballeros, en nemen de N-435 richting Fregenal de la Sierra. Vóórdat we de brug over de rivier de Ardila over gaan, gaan we linksaf op het punt (X:0699392, Y: 4241573) om daar een weg in te slaan die ons naar Valuengo voert, van waaruit we naar het Valuengo-stuwmeer gaan, door rechtsaf te slaan op het punt (X:0700264, Y: 4242231). Eenmaal bij het stuwmeer kunnen we vanaf de damwand stroomafwaarts blauwe reigers, kleine zilverreigers en aalscholvers zien vissen, of zonnend op de rotswanden. Met enig geluk en geduld is het goed mogelijk om een otter te zien spelen in het water. Vanaf deze plek gaan we verder over een zandpad dat om het stuwmeer heen loopt en dat uiticht biedt op open stukken en kronkelingen, waar in de winter grote concentraties eendensoorten (wilde eend, smient, slobeend, meerkoet...), aalscholvers, futen en dodaarsen te zien zijn. In de eucalyptusbomen langs de oevers aan de overkant bevindt zich een belangrijke slaapplaats voor aalscholvers en aan het einde van de zomer is het mogelijk hier groepen zwarte ooievaars te zien, bij elkaar gekomen alvorens aan de trektocht naar Afrika te beginnen.

De route eindigt bij de staart van de boerenhoeve La Parrilla, van waaruit we via dezelfde weg terugrijden naar Jerez de los Caballeros. Daar nemen we de EX-112 richting Oliva de la Frontera en gaan op het punt (X:0691600, Y:4244694) rechtsaf richting het plaatsje Higuera de Vargas. Op deze route komt heel duidelijk de nauwe relatie naar voren tussen de natuur enerzijds en de duurzame, traditionele productiesystemen anderzijds. De zachte wintertemperaturen zorgen voor een aangename tocht door de dehesas. In deze periode worden de bomen gesnoeid. Van het snoeihout worden stapels of “boliches” gemaakt: bewerkelijke constructies die bedoeld zijn voor de ambachtelijke productie van houtskool. Die houtskool is van uitstekende kwaliteit, zozeer zelfs dat de plaats Zahinos hierom bekend staat. Daarnaast kunnen we de werkelijke bron van rijkdom van de omliggende dorpen zien: het Iberische varken. In de herfst en winter eten deze zwarte varkentjes eikels in de dehesa. Deze zgn. “montanera”-fase is heel belangrijk voor de varkensmesterij, beslissend zelfs want het zijn juist de eikels die de “patanegra” (zwartpoot) hammen en worsten zo´n speciale smaak geven.

Tijdens onze tocht zullen we verbazingwekkend weinig blauwe eksters zien. In de oudere, dichter begroeide en goed behouden bossen kunnen we ook dekleine bonte specht en de gekraagde roodstaart waarnemen. De laatstgenoemde soort is een schaarse broedvogel, waarvan hier het belangrijkste bolwerkvan Extremadura leeft. Eenmaal aangekomen in Higuera de Vargas, slaan we linksaf de EX-311 in, richting de N435 en van daaraf rechts naar Barcarrota. In Barcarrota nemen we de weg richting de dorpen Salvaleón en Salvatierra de los Barros, een bekend pottenbakkersdorp dat een bezoek waard is. Wat landschappen betreft is deze route werkelijk spectaculair. Dat komt doordat we in de schaduw rijden van de “Sierra de Peña Utrera”, met enkele grote portugese- en kurkeiken en met mooie uitzichten op de omliggende valleien en de Sierra de Valbellido, op wiens steile rotsen we vale gieren kunnen zien. Aangekomen in Salvatierra nemen we de BA-3021 richting Valle de Santa Ana en de N435. Dit stuk is waarschijnlijk het meest spectaculaire van de hele tocht. Gedurende iets meer dan 25 km loopt de weg door een landschap dat bestaat uit bossen en waar het niet ongebruikelijk is zwarte ooievaars laag over te zien zweven, of te zien vissen in een stroompje of in een poel in de dehesa.

 

Ornithologische waarde

De steen- en kurkeikenbossen herbergen een rijke vogelpopulatie, waarbinnen een speciale plek ingeruimd is voor bedreigde soorten als de zwarte ooievaar voor wie deze uitgestrekte bossen een goede plek zijn om zich terug te trekken tijdens het broedseizoen. Een klein deel van de populatie brengt de winter, gepaard of in kleine groepen, verdeeld over de talloze drinkplaatsen in het gebied door. In de nazomer verzamelen ze zich hier voor de trek, die hen terug voert naar de plekken waar ze overwinteren, ten zuiden van de Sahara-woestijn. Tijdens de lente verwelkomt dit gebied ook dwergarenden, slangenarenden en andere vogels die hier de zomer doorbrengen en die vanuit Afrika komen samen met een lange lijst van duizenden kleine vogeltjes die verborgen tussen de takken van de bomen onopvallend blijven. De luidruchtige blauwe eksters komen veel voor in de steeneiken-bossen waar ze hun broedkolonies vestigen. Evenals de ooievaar, houtduif, koekoek, grote lijster, spreeuw en hop, die ook in grote getale aanwezig zijn in dit gebied. Door de jaren heen hebben de eeuwenoude steen- en kurkeiken van de oudste bossen onderdak geboden in hun holtes of in de kroon aan talloze dieren. Dit is de reden van de aanwezigheid van vele nachtroofvogels als de bosuil en de kerkuil en zoogdieren als de genetkat of de eikelmuis. Deze oude bossen vormen het ideale biotoop voor dekleine bonte specht en de gekraagde roodstaart.

Het Valuengo stuwmeer telt in de winter belangrijke populaties futen en er is een winterslaapplaats voor aalscholvers in de eucalyptusbomen langs de oever. Vermeldenswaardig is één van de eertse broedgevallen van deze soort in dit stuwmeer, daterend uit 1993.

 

Seizoenskenmerken

De route kan in ieder jaargetijde bezocht worden. Zoals aangegeven bij eerdere routes, is de lente het meest gunstige seizoen, omdat de temperaturen dan goed zijn en de zomergasten terugkeren: de zwarte ooievaar, de dwergarend, de slangenarend... De lente is tevens het broedseizoen en als algemene opmerking die voor alle routes geldt: we dienen in deze periode niet van de voorgeschreven route af te wijken. In de zomer is het erg warm, dus dan moeten we voldoende blijven drinken en afdoende bescherming tegen de zon dragen tijdens de warmste uren, die overigens de minst gunstige uren zijn om vogels te kijken.

 

Andere natuur- en cultuurwaarden

Naast het Vogelrichtlijn-gebied “Dehesas de Jerez” liggen er in deze streek nog meer Natura 2000-gebieden, zoals de Ecologische Verbindingszone van de Alcarrache-rivier, het Vogelrichtlijn-gebied van het stuwmeer van Valuengo met aanzienlijke populaties watervogels zoals fuut en aalscholver, en de Habitatrichtlijn-gebieden “Sierra de Alor y Monte Longo” en “Sierra de María Andrés”. De laatste twee gebieden staan bekend om de grote rijkdom aan orchideeën, die goed gedijen op de kalkbodem. Ook de Habitatrichtlijn-gebieden “Río Guadiana Internacional”, “Río Ardila Alto y Ardila Bajo” en de rivier “Limonetes-Nogales” zijn noemenswaardig.

De “dehesas” (boomweiden) van Jerez en omgeving worden wel beschouwd als het vaderland van het Iberische varken. Het is niet voor niets één van de streken met de grootste productie van hammen en vleeswaren van het Iberische varken van het Iberisch Schiereiland. Dit gegeven verklaart de jaarlijkse viering van de “Salon del Jamón Ibérico”, een soort feestelijke beurs in het teken van de Iberische ham. Veel varkenshouderijen in de streek zijn lid van het officiële oorsprongswaarmerk “Dehesa de Extremadura”.

De bijzondere, historische centra van Jerez de los Caballeros, Fregenal de la Sierra en Zafra zijn een bezoek meer dan waard.

De Goede Week van Jerez de los Caballeros en de levensechte interpretatie van het Passieverhaal in Oliva de la Frontera zijn officieel erkend als belangrijke, toeristische feesten van Extremadura. Zo ook het “Festival de la Sierra” dat tussen 10 en 15 augustus in Fregenal de la Sierra gevierd wordt. De streek is rijk aan monumenten die dateren uit het stenen tijdsperk, zoals de dólmenes (hunnebed-achtige grafmonumenten) en menhirs van Barcarota en de dólmen van Toriñuelo in Jerez de los Caballeros. Daarnaast zijn de sneeuwput, het kasteel en het pottenbakmuseum van Salvatierra de los Barros de moeite waard. Salvatierra de los Barros is befaamd om zijn aardewerk van rode klei.