1. Extremadura en de vogels
  2. De Meren en de Vlaktes van La Albuera

De Meren en de Vlaktes van La Albuera

 

De Meren en de Vlaktes van La Albuera

Ligging en bereikbaarheid

Deze route heeft als referentiepunten de dorpen La Albuera en Valverde de Leganés, beiden dicht bij de hoofdstad van de provincie, Badajoz, gelegen. De beste toegangsweg tot dit gebied is de N-432 (Badajoz-Granada), die we kunnen nemen in de richting van La Albuera, zowel vanuit de stad Badajoz uit noordelijke richting, als vanuit Zafra als we vanuit het zuiden komen, van de snelweg A-66. IGN kaarten 1:50.000, nummers 801 en 802.

 

Beschrijving van de route

De hier voorgestelde ornithologische route bestaat uit twee delen die geografisch gezien verschillen, maar vooral vanwege hun ecologische kenmerken: respectievelijk meren en steppe-achtige vlaktes).

De Meren van La Albuera: Dit gebied dat bestaat uit natuurlijke meertjes en moerassen vormt het belangrijkste van Extremadura voor wat betreft het betreffende type habitat (Mediterraanse tijdelijke meertjes). Dit natuurgebied heet voluit “Complejo Lagunar de La Albuera” (Merencomplex van La Albuera) en bestaat uit een reeks zogenaamde Mediterraanse meertjes en tijdelijke poelen (Lagunas Grande, Llana, Marciega, Chica, del Burro en del Carril geheten en nog enkele kleinere), kleine oppervlaktes van ziltige steppehabitats en open boomweiden met steeneiken en is uitgeroepen tot Site of Community Interest en Wetland van Internationale Belang (onder het Verdrag van Ramsar). Samen met de landbouwvlaktes tussen deze plaats, Badajoz en Valverde de Leganés (zie verderop) maakt dit gebied ook nog deel uit van het Vogelrichtlijngebied (ZEPA) “Llanos y Complejo lagunar de Albuera (Vlaktes en merencomplex van Albuera). De ornithologische route die we voorstellen als toegangsroute tot het merencomplex, vertrekt vanuit de plaats La Albuera en kan in een halve dag worden afgelegd, deels met de auto, deels te voet. Om precies te zijn nemen we vanuit La Albuera de N-432 richting het zuiden, richting Zafra, en na zo´n 6 km. te hebben afgelegd, ter hoogte van km. 29,400 (op dit punt staat een informatiebord van het Natuurgebied; 29S-694770-428368) gaan we linksaf een kleine onverharde weg op. We laten de auto bij de weg staan en lopen ongeveer 2 km., in een rechte lijn naar het centrale punt van dit merencomplex, dat bestaat uit de meren Laguna de la Marciega, Laguna Grande en Laguna Llana, allen te vinden tussen de steeneiken van de Dehesa del Caballo (paardenboomweide). Terug bij de auto en op zo´n 100 m. van de weg, slaan we linksaf een ander pad in dat ons na ongeveer 1 km., nadat we een boerderij met de naam Cortijo de las Nateras Altas zijn gepasseerd, naar de Laguna Chica leidt. Het Laguna del Burro, een zeer ondiep meertje, is bereikbaar via een paadje dat op de kaart Carril de las Vacas heet, dat parallel loopt aan de N-432 en dat we dezelfde kant uit volgen als het vorige pad. We starten bij het kilometerpunt 27,300 (29S- 693025-428479), laten de auto bij de weg staan en na 1,7 km. lopen komen we bij het genoemde meertje, rechts van het pad.

Enkele andere meren die tot dit complex behoren, zijn direct vanaf de N-432 zichtbaar. Bijvoorbeeld het Laguna del Carril bij kilometerpunt 31,500 en het Laguna de La Gitana op 33,000. De steppevlaktes van La Albuera-Valverde de Leganés: De hier voorgestelde ornithologische route (20 km.) door deze landbouw- en semi-steppevlaktes duurt ongeveer een halve dag (met de auto en te voet), en loopt grotendeels via de binnenweg tussen de plaatsen La Albuera en Valverde de Leganés (BA-006; 15 km.). Deze lokale binnenweg vinden we door in de eerstgenoemde plaats de oude N-432 te blijven volgen die door het dorp heen loopt, en als we het dorp bijna uit zijn gereden, ter hoogte van de graansilo, links af te slaan. Vanaf dit punt in het dorp en na zo´n 5,700 km., ter hoogte van een boerderij of varkensmesterij die op 200 m. rechts van de weg ligt, gaan we (lopend – we laten de auto bij de weg staan) een pad op dat Carril del Conde genoemd wordt. We kunnen bij de boerderij links en rechts. Als we rechts gaan, komen we via dit veedrijfpad bij een gebied dat El Adobal heet, een prachtig voorbeeld van het landbouwsysteem die dit natuurgebied kenmerkt met zijn droge (wijngaarden en graan) en natte (alfalfa, zonnebloemen, etc.) gewassen. We lopen zo´n 3-3,5 km. tot we bij een groot irrigatiemeer (Charca de El Adobal) komen dat rechts van het pad ligt, zeer dichtbij de kruising met het pad “Carril de las Lanas”. Aan de linkerkant voert het pad ons langs het oord El Campillo-Valdesevilla (2 km.). Na dit gedeelte te voet, gaan we met de auto verder richting Valverde de Leganés. Na 3,2 km., voorbij een ruime bocht naar links, begint aan de rechterkant opnieuw een pad (29S-680654-428723) dat ons naar een grote vergane boerenhoeve leidt (Cortijo de la Campana op ong. 250 meter vanaf de weg). We kunnen dit pad aflopen en genieten van het typische steppehabitat dat zo kenmerkend is voor deze streek. Terug op de weg gaan we verder richting Valverde de Leganés (einde van de route; 6,5 km.) waarbij we desgewenst onderweg nog hier en daar kunnen stoppen.

Llanos estepáricos de La Albuera-Valverde de Leganés: El itinerario ornitológico aquí propuesto (20 km.) para recorrer estos llanos agrícolas o pseudos-estepáricos, de media jornada de duración (combinando el coche y a pie), comprende a grandes rasgos la carretera local que discurre entre las localidades de La Albuera y Valverde de Leganés (BA-006; 15 km.). Como tal, una vez en la primera de las localidades y tras cruzar la misma por la antigua travesía de la N-432 que cruza la población, a la altura del silo de cereal, parte a la izquierda la susodicha vía interurbana local. Desde este punto en el núcleo urbano y tras recorrer 5,700 km., a la altura de una granja o cebadero de cerdos que queda a 200 m. a la derecha de la carretera, tomar (a pie, dejando el coche junto a la carretera) el Denominado Carril del Conde, respectivamente a derecha e izquierda de la misma (29S-683726-428685). Hacia la derecha, dicha vía pecuaria nos conduce al área denominada como El Adobal, magnífica representación del típico agrosistema que domina este Espacio Natural, entre cultivos de secano (viñas, cereal) y regadío (alfalfa, girasol, etc.). Se recomienda recorrer unos 3-3,5 km. hasta una gran charca para regadío existente a la derecha del camino (Charca de El Adobal), muy próxima al cruce con el Carril de las Lanas. Hacia la izquierda de la carretera por su parte, el camino nos lleva por el paraje denominado El Campillo-Valdesevilla (2 km.). Una vez realizados estos itinerarios pedestres, tomar de nuevo la carretera en dirección a Valverde de Leganés; tras recorrer 3,2 km. y después de una gran curva a la izquierda sale a la derecha un nuevo camino (29S-680654-428723) que nos conduce a un gran cortijo semiderruido (Cortijo de la Campana; a unos 250 m. de la carretera). A lo largo de este camino puede realizarse también un recorrido a pie, disfrutando también del hábitat estepárico característico de la comarca. De vuelta a la carretera tomar de nuevo dirección a Valverde de Leganés (fin del itinerario; 6,5 km.) realizando opcionalmente alguna parada o recorrido más si así se desea.

 

Ornitologische waarde

1) Lagunas de La Albuera: De vogelgemeenschap die dit merengebied bevolkt gedurende het jaar, is zeer divers en zeer goed behouden gebleven. Deze gemeenschap laat zich per seizoen verdelen in verschillende kleinere gemeenschappen en/of soorten (standvogels, zomgasten, wintergasten, of doortrekkers). In totaal zijn er hier meer dan 150 vogelsoorten waar genomen, waarmee direct de waarde van deze waterpartijen duidelijk wordt. Tijdens de lente, het broedseizoen, zijn de meest algemene broedvogelso.a. de fuut, de dodaars, de meerkoet, de krakeend en de wilde eend. Opvallend is ook de gemeenschap waadvogels die hier tot broeden komt, bestaande uit soorten als steltkluut, witwangstern, vorkstaartplevier en kievit (dit gebied is één van de weinige in deze regio waar de kievit broedt). De bruine kiekendief nestelt soms ook bij het meer. Tijdens de winter zien we hier belangrijke populaties van verschillende eendensoorten (grauwe gans, wintertaling, pijlstaart, slobeend, smient, krooneend of tafeleend, in sommige jaren ook als broedvogel). Dit gebied is traditioneel ook een winterkwartier en pleisterplaats voor de kraanvogel (meer dan 1.000 exemplaren), waarbij Laguna Grande het meer is waar ze slapen. Tijdens de trek zijn de lepelaar, de zwarte en witte ooievaar, de zomertaling en steltlopers (witgat, tureluur, kemphaan, strandlopers, etc.) opmerkelijk. In de dehesas (boomweiden) met steeneiken die rond de meren liggen, komen veel broedvogels voor, zoals grijze wouw, dwergarend, buizerd, blauwe ekster, Orpheusgrasmus, hop, en vele anderen.

2) Llanos de La Albuera-Valverde de Leganés: Het pseudo-steppe agrosysteem van het betreffende gebied is één van de beste van Extremadura, ondanks dat het niet zo´n heel grote oppervlakte beslaat. Er leven vele “steppevogels”. Kenmerkende soorten die hier broeen zijn de grote trap(250 individuen in de lente en meer dan 1.000 tijdens de winter), kleine trap, zwartbuikzandhoen, griel, scharrelaar, grauwe kiekendief, kleine torenvalk, kalander-, en kortteenleeuwerik. Tijdens de winterperiode komen daar contingenten wintergasten bij met blauwe kiekendieven, smellekens (met interessante gezamenlijke slaapplekken), kieviten, goudplevieren, leeuweriken, duinpiepers en andere soorten. In de weinige open dehesas met steeneiken die nog over zijn in dit gebied, is de grijze wouwrelatief algemeen als broedvogel (één van de beste van de regio, 10-15 paren), terwijl in deze gebieden ook de ransuil zich voortplant.

 

Seizoenskenmerken

Deze route is in iedere tijd van het jaar te bezoeken, wellicht met als enige uitzondering het midden van de snikhete zomer. De aanbevolen bezoekmomenten zijn echter: in de lente (maart-mei), of in de winter (december-februari). Houdt er rekening mee dat tijdens deze laatste periode de staat van de paden over het algemeen verslechterd is, vanwege de kleiachtige soort grond, de modder en het water. Ook dient vermeld te worden dat alleen in hydrologisch opzicht “normale” jaren, d.w.z. met veel regen in de herfst en in de lente, de meren hun normale waterstand kunnen houden tijdens de regenperiode. Zo niet, dan zullen ze het hele jaar door droog staan.

 

Overige natuurlijke en culturele waarde

Natuur: De Ribera van Nogales-Los Limonetes, die door dit Vogelrichtlijngebied (ZEPA) loopt, is een Site of Community Interest (LIC) vanwege de grote autochtone waterfauna en de goede staat van de beekbegeleidende vegetatie langs de oevers (essenopstanden, oleanders, tamujares (bremstruweel)). De nabijgelegen sierras (de sierras de Alor, Monsalud, María Andrés, etc.), met kalkhoudende bodem, zijn gebieden met grote botanische waarde en rijk aan orchideeën. Op de weg van Valverde de Leganés naar Badajoz vinden we een interessant gemengd bos met steen- en kurkeiken en parasoldennen met veel en waardevolle avifauna (ooievaars, wouwen, dwergarenden, ransuilen, bosuilen, etc.). Op de vuilnisbelt van Badajoz, gelegen aan deze weg, zijn ook altijd verschillende vogels in grote aantallen te vinden, en het kan bovendien bezocht worden.

Cultuur-historische waarde: De historische centra van Badajoz (Arabische alcazaba, stadsmuren, middeleeuwse brug, kathedraal, kerken, oude wijk, musea), Olivenza (Ajudabrug, fort, kazernes, kerken, volks- en Portugese religieuze architectuur, etnografisch museum) en Zafra (kasteel, paleis, kloosters, pleinen, volksarchitectuur) zijn de moeite van het bezoeken waard. In Valverde de Leganés en Barcarrota staan zeer veel megalitische monumenten (hunebedden en menhirs) met brochures met uitleg, gemaakt door de respectievelijke gemeenten, om het bezoek te veraangenamen.